Op 5 juni 1648 werden de klokken van de Domtoren feestelijk geluid: er was nu formeel een einde gekomen aan de Tachtigjarige Oorlog, met de hoop dat

Sporen uit Utrechtse geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog

Sporen uit Utrechtse geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog

Sporen uit Utrechtse geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog

Sporen uit Utrechtse geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog

Sporen uit Utrechtse geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog
Sporen uit Utrechtse geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog
  • 2019-02-01 10:25:37 3 maanden geleden
  • keer bekeken 2,911
0
gedeelde

Op 5 juni 1648 werden de klokken van de Domtoren feestelijk geluid: er was nu formeel een einde gekomen aan de Tachtigjarige Oorlog, met de hoop dat de vrede rust en welvaart zou brengen. Hoe anders was het op 14 augustus 1540, toen Karel V, begeleid door 1500 burgers, van de Tolsteegpoort langs de Oudegracht naar de Dom trok.

Het was een voor Utrechters verbluffend schouwspel van de Habsburgse macht. Maar onder zijn opvolger Filips II laait het verzet op: de opstand tegen het centralistisch gezag van kerk en staat. Als op 24 augustus 1566 Schele Gerrit, een ‘verlopen’ monnik uit Culemborg, een hagenpreek houdt in een boomgaard buiten Tolsteeg, gaat het los. Zijn volgers trekken naar de Plaets (de Stadhuisbrug), eisen twee kerken en zetten hun eis kracht bij door het plunderen van gehate kloosters van de Predikheren en de Minrebroeders: de eerste beeldenstorm in Utrecht. Het begin van ‘onze Utrechtse’ Tachtigjarige Oorlog.

Wanneer we nu, 450 jaar later, door de stad wandelen is nog steeds veel te zien van wat de Utrechters van toen aan veranderingen hebben meegemaakt. Vredenburg, de naam van het gehate Spaanse dwangkasteel, kennen we nu als marktplein. Hier is iets unieks gebeurd: de Utrechters hebben in 1577 zelf de Spanjaarden na een belegering van zes weken verjaagd en het kasteel afgebroken, met een heldenrol van Trijn van de Leemput, brouwersvrouw van Oudegracht 19. De resten van dit kolossale metselwerk zijn nog te zien in de parkeergarage van Hoog Catharijne, de fietsenstalling en merkwaardig genoeg ook op een rotonde in Leidsche Rijn. Sporen van de derde beeldenstorm op 7 maart 1580 zijn nog dramatisch duidelijk te zien aan het altaarstuk in de Van Arkelkapel in de Domkerk.

Verbod katholiek geloof

Een derde van de stad was in bezit van kloosters, kerken en gasthuizen, ommuurd en verboden voor de burgers. Op 18 juni 1580 werd vanaf het stadhuis voorgelezen dat de uitoefening van het katholieke geloof verboden werd. In die zomer werd in de Domkerk de laatste katholieke eredienst gehouden: de uitvaart en bijzetting van de bisschop Schenk van Toutenburg.

De vrijgekomen gebouwen waren van de stad, die er wel raad mee wist: de Kapittelzaal van de Dom veranderde in 1636 tot collegezaal van de toen opgerichte universiteit. De Salvatorkerk op het Domplein en het predikherenklooster werden afgebroken, alleen de straatnaam is er nog. In het koor van de Janskerk werden de boeken uit de bibliotheken van de opgeheven kloosters verzameld, het begin van de Universiteitsbibliotheek. Ook de minrebroeders-kloosterkerk verdween, maar de bijgebouwen werden bestemd voor de Staten van Utrecht, nu een universiteitsgebouw aan het Janskerkhof met de fraaie ‘gouden’ ingang.

Het Abraham Doleklooster werd snijzaal van de medische faculteit en ook schermzaal voor studenten. De kapel is later deel van de Lutherse kerk aan de Hamburgerstraat geworden. In het Ceciliaklooster aan de Oudegracht vond de Utrechtse Munt onderdak, totdat in 1926 daar het postkantoor kwam. De Paulusabdij ontkwam aan afbraak en werd grotendeels hergebruikt als Hof (rechtbank) van Utrecht, tot dat naar de Catharijnesingel vertrok. Door de opheffing van hun orde kwam in het Catharijneconvent het stedelijk ziekenhuis en de medische faculteit van de nog jonge universiteit. Nu herbergt dit nog steeds fraaie kloostercomplex het gelijknamige museum.

Veranderingen

Met de vrijgekomen geestelijke terreinen veranderde de infrastructuur van de stad. Er kwamen nieuwe straten met nieuwbouw: op het gebied van de Janskerk kwam de Boothstraat, met het afbreken van het koor van de Buurkerk de Choorstraat, over het terrein van de Paulusabdij de Korte Nieuwstraat en de Trans, bij het Nicolaaskerkhof de Agnietenstraat, de Pieterstraat op de immuniteit van Sint Pieter.

De grootste veranderingen door de Tachtigjarige Oorlog raakten de Utrechters echter persoonlijk: in hun geloof. Gedurende die hele woelige tijd moest er gekozen worden: waar wil en waar mag ik mijn geloof belijden. Hoewel de macht van de gereformeerden groot was, was hun aantal aanvankelijk gering. Ondanks verbod en vervolging zijn er altijd katholieke parochies geweest. Geheim, in wel vijftien illegale schuilkerken, later gedoogd zoals de Oudkatholieke Gertrudiskapel bij de Mariahoek, of de Maria Minor, nu café Olivier. Ook lutheranen, doopsgezinden en remonstranten werden gedoogd, hun kerken zien er in eerste instantie nog steeds niet als zodanig uit.

Zelf verjaagd

Jan van Nassau – de man van de Unie van Utrecht uit 1579- staat pas sinds 1886 op het Domplein, omdat pas toen en niet in 1879 het geld er was voor dit standbeeld. Toen vooral bedoeld om de nationale herinnering aan de vereniging van de zeven noordelijke gewesten in de strijd tegen Spanje weer levend te krijgen.

Ondanks de Hollandse dominantie tijdens de tv-uitzendingen over de Tachtigjarige Oorlog, is het toch Utrecht dat aan de basis stond van het ontstaan van de latere Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en zijn we toch mooi de enige stad die zelf de Spanjaarden verjaagd hebben. Dat mag gezegd en gezien worden.

Bronnen: Utrechts verleden in vogelvlucht en ‘Een paradijs van weelde’, geschiedenis van Utrecht

Wat denk je van dit verhaal?
Sporen uit Utrechtse geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog

ADVERTISING

Easy Branches Met Global Network kunt u uw post in ons netwerk delen op elk continent of elk land in de wereld

Jouw bericht